Levensbericht van prof.dr. A.C. Tobi (1924 - 2001)

Onlangs bereikte ons het bericht dat Alexander (Lex) Constantijn Tobi, emeritus-hoogleraar in de petrologie aan de Universiteit Utrecht, 1 juni j.l. is overleden. Tobi werd in 1924 geboren in Noordwijk aan Zee. Hij bracht zijn jeugd grotendeels door in het toenmalige Nederlandsch Indië, een land dat hij - meer dan Nederland - als zijn vaderland beschouwde. De geologie fascineerde hem al op zeer jonge leeftijd. Reeds op zijn tiende verslond hij Escher's Grondslagen der Algemene Geologie. Na internering tijdens de Japanse bezetting en zijn repatriëring in 1946 begon hij in Leiden met de studie geologie. Een excursie naar de Schotse Hooglanden maakte diepe indruk op hem en bepaalde zijn keuze voor de studie van de kristallijne gesteenten. Hij werd student-assistent bij prof. E. Niggli. Zijn doctoraal examen behaalde hij in 1953 na veldwerk in het Belledonne Massief in de Franse Alpen. In 1959 promoveerde hij op hetzelfde gebied bij Niggli's opvolger prof. W.P. de Roever.

In het najaar van 1959 volgde Tobi De Roever naar Amsterdam toen deze was benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Tobi kreeg een aanstelling als wetenschappelijk hoofdambtenaar. In 1962 werd Tobi benoemd tot lector in de Petrografie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Deze positie was gecreëerd bij de vorming van het Vening Meinesz Laboratorium voor Geofysica en Geochemie, waarbij prof. W. Nieuwenkamp zijn leeropdracht in de Kristal-, Delfstof- en Gesteentekunde had laten veranderen in die van Mineralogie en Geochemie. Tobi's lectoraat werd in 1980 bij algemene overheidsmaatregel omgezet in een gewoon hoogleraarschap.

Lex Tobi was een begenadigd microscopist. Al vanaf zijn Leidse tijd had hij zich gespecialiseerd in het determineren en karakteriseren van mineralen in dunne doorsnede door nauwkeurige bepaling van hun optische eigenschappen en de relatie tussen optische en kristallografische oriëntaties. Vooral met het optisch bepalen van het anorthietgehalte van plagioklazen maakte hij naam. Hij was ook een meester op de Fedorov tafel. Samen met L. van der Plas verscheen in 1965 een publicatie die hen beiden grote bekendheid bezorgde, ook buiten de 'hard rock' geologie. A chart for judging the reliability of point counting results wordt tot op de dag van vandaag veelvuldig gebruikt in disciplines zoals onder andere de materiaalkunde en grondstoffenkeuring.

In zijn Amsterdamse tijd was Tobi bestuurslid van de vereniging Wetenschappelijke Staf Amsterdam, en daarna ook van de Utrechtse zustervereniging. Hij was jarenlang lid van de IUGS Subcommision on the Systematics of Igneous Rocks die geleid werd door A.L. Streckeisen. Gezien zijn ervaring met magmatische en hooggradig metamorfe gesteenten was het niet verwonderlijk dat Tobi de auteur werd van The nomenclature of the charnockitic rock suite.

In 1963 startte Tobi, in overleg met Nieuwenkamp en Noorse geologen, een studentenveldwerk in het Precambrische gebied van Rogaland - Vest Agder in zuidwest Noorwegen. Centraal hierbij stonden de fascineerende en complexe interrelaties tussen magmatische gesteenten van de anorthosiet - mangeriet - charnockiet - graniet suite en de omringende metamorfe enveloppe waarin temperaturen tijdens de metamorfose de 1000 °C overschreden. Zestig studenten Petrologie hebben in dit gebied hun doctoraalkaartering uitgevoerd. Het Rogalandproject leidde tot negen proefschriften. Tobi schakelde veelvuldig specialisten van andere disciplines in, met name de geochemici, voor een zo breed mogelijke opzet van de studierichting Petrologie. Hij gaf daarbij zijn medewerkers en studenten alle ruimte bij de aanpak en uitwerking van onderzoek en onderwijs. Hijzelf bleef daarbij de spil van een hechte groep van stafleden, promovendi en studenten.

Het werk in zuidwest Noorwegen culmineerde in het succesvolle NATO Advanced Study Institute on the Deep Proterozoic Crust in the North Atlantic Provinces, gehouden van 16 tot 30 juli 1984 in Moi, Noorwegen. Het Advanced Science Institute omvatte, naast de verschillende voordrachten, vastgelegd in het gelijknamige proceedings volume (Tobi & Touret 1985), een, volgens degenen die er aan deel namen, memorabele tiendaagse excursie. De bijdrage van Tobi et al. in de proceedings over het complexe isogradenpatroon rond het anorthositisch intrusiefcomplex behoort tegenwoordig tot de klassieke studies aangaande genese en oorsprong van granulietfacies gesteenten. Een jaar na het NATO Advanced Study Institute verliet Tobi de Universiteit Utrecht om - vervroegd - met emeritaat te gaan. Lex was niet iemand die vaak het hoogste woord voerde maar hij kom onverwacht en bevrijdend droog komisch / ironisch uit de hoek komen. Hij was een fijn en integer mens.

Cees Maijer, Rob Verschure & Timo G. Nijland

Bibliografie van prof.dr. A.C. Tobi

1956Tobi, A.C. - A chart for measurements of optical axial angles. Amer. Mineral. 41:516-519.
1959Tobi, A.C. - Petrographical and geological investigations in the Merdaret - Lac Crop region (Belladonne massif, France). PhD thesis, Leiden University.
1961Tobi, A.C. - Pattern of plagioclase twinning as a significant rock property. Proc. Kon. Nederl. Ak. Wetensch. B64:576.
1961Tobi, A.C. - Recognition of plagioclase twinning in sections normal to the composition plane. Amer. Mineral. 46:1470-1488.
1962Tobi, A.C. - Characteristic patterns of plagioclase twinning. NGT 42:264-271.
1963Tobi, A.C. - Plagioclase determination with the aid of extinction angles in sections normal to (010). A critical comparison of current albite-carlsbad charts. Amer. J. Sci. 261:157-167.
1965Tobi, A.C. - Fieldwork in the charnockitic Precambrian of Rogaland (SW Norway). Geol. Mijnb. 44:208-217.
1965Plas, L. van der & Tobi, A.C. - A chart for judging the reliability of point counting results. Amer. J. Sci. 263:87-90.
1971Tobi, A.C. - The nomenclature of the charnockitic rock suite. N. Jahrb. Mineral., Mh. 193-205.
1973Pannekoek, A.J. & Tobi, A.C. - De bouw van de aarde als geheel. In: Pannekoek, A.J., ed., Algemene geologie. 1e druk, Wolters Noordhoff, Groningen, 13-22.
1973Tobi, A.C. - De samenstelling van de aardkorst en de aardmantel. . In: Pannekoek, A.J., ed., Algemene geologie. 1e druk, Wolters Noordhoff, Groningen, 23-46.
1973Tobi, A.C. - Metamorfose. In: Pannekoek, A.J., ed., Algemene geologie. 1e druk, Wolters Noordhoff, Groningen, 127-139.
1973Tobi, A.C. - Plutonisme. In: Pannekoek, A.J., ed., Algemene geologie. 1e druk, Wolters Noordhoff, Groningen, 141-153.
1975Hermans, G.A.E.M., Tobi, A.C., Poorter, R.P.E. & Maijer, C. - The high - grade metamorphic Precambrian of the Sirdal - Orsdal area, Rogaland / Vest-Agder, S.W. Norway. NGU 318:51-74.
1975Tobi, A.C. & Kroll H. - Optical determination of the An-content of plagioclases twinned by Carlsbad-law: A revised chart. Amer. J. Sci. 275:731-736.
1980Kars, H., Jansen, J.B.H., Tobi, A.C. & Poorter, R.P.E. - The metapelitic rocks of the polymetamorphic Precambrian of Rogaland, SW Norway - Part 2. Mineral relations between cordierite, hercynite and magnetite within the osumilite-in isograd. Contr. Mineral. Petrol. 74:235-244.
1984Zwart, H.J., Tobi, A.C. & Hartman, P., eds., Ophiolites and ultramafic rocks : A tribute to Emile den Tex. Geol. Mijnbouw 63(2):129-224.
1985Tobi, A.C. - Quo vadis ? Afscheidscollege, Univ. Utrecht.
1985Tobi, A.C., Hermans, G.A.E.M., Maijer, C. & Jansen, J.B.H. - Metamorphic zoning in the high - grade Proterozoic of Rogaland-Vest Agder, SW Norway. In: Tobi, A.C. & Touret, J.L.R., eds., The deep Proterozoic crust in the North Atlantic provinces. D. Reidel, Dordrecht, 477-497.
1985Tobi, A.C. & Touret, J.L.R., eds. - The deep Proterozoic crust in the North Atlantic provinces. D. Reidel, Dordrecht, 603 pp.
1987Hermans, G.A.E.M., Maijer, C., Jansen, J.B.H. & Tobi, A.C. - The geology of the Jæren district. Precambrian basement rocks and Precambrian rocks overthrust during the Caledonian orogeny. In: Maijer, C. & Padget, P., eds., The geology of southernmost Norway. NGU Spec. Publ. 1:98.
1987Jansen, J.B.H., Hermans, G.A.E.M., Tobi, A.C. & Maijer, C. - The Faurefjell metasediments. In: Maijer, C. & Padget, P., eds., The geology of southernmost Norway. NGU Spec. Publ. 1:90-97.
1987Jansen, J.B.H. & Tobi, A.C. - Introduction to the Faurefjell metasediments. In: Maijer, C. & Padget, P., eds., The geology of southernmost Norway. NGU Spec. Publ. 1:88-89.
1987Maijer, C., Hermans, G.A.E.M., Tobi, A.C. & Jansen, J.B.H. - The metamorphic envelope of the Rogaland intrusive complex (continuation). In: Maijer, C. & Padget, P., eds., The geology of southernmost Norway. NGU Spec. Publ. 1:81-87.
1987Maijer, C., Hermans, G.A.E.M., Tobi, A.C. & Jansen, J.B.H. - Caledonides and westernmost Precambrian intrusions. In: Maijer, C. & Padget, P., eds., The geology of southernmost Norway. NGU Spec. Publ. 1:99-104.
1987Tobi, A.C. - The Rogaland intrusive massifs: Eastern part. In: Maijer, C. and Padget, P., eds., The geology of southernmost Norway. NGU Spec. Publ. 1:63-68.
1987Tobi, A.C. & Maijer, C. - The metamorphic envelope of the Rogaland intrusive complex. In: Maijer, C. & Padget, P., eds., The geology of southernmost Norway. NGU Spec. Publ. 1:73-80.